Print

Rechtstreekse instroom

Voor een groep leerlingen is al snel duidelijk dat zij aangewezen zijn op het speciaal onderwijs. Deze leerlingen hoeven niet de reguliere route te volgen.
 
  • Voor de kinderen met aanvullende ondersteuningsbehoeften die gesignaleerd worden in de voorschoolse voorzieningen en waarvan men denkt, dat zij zijn aangewezen op het speciaal (basis)onderwijs, is de volgende route ingericht:
    De voorzieningen kunnen een beroep doen op de onderwijsspecialist van het samenwerkingsverband. Zij zal samen met ouders en betrokkenen nagaan wat er nodig is. Vanuit de voorschoolse voorziening kan een toelaatbaarheidsverklaring worden voorbereid; de tweede deskundige kan worden uitgenodigd van de school waar het kind geplaatst gaat worden. Deze school is verantwoordelijk voor de aanvraag van de toelaatbaarheidsverklaring bij het samenwerkingsverband.
     
  • Voor een kleine groep leerlingen is bij de geboorte al duidelijk - of wordt op de voorschoolse voorziening al duidelijk - dat zij aangewezen zullen zijn op het speciaal onderwijs (evidente ondersteuningsbehoeften). Deze leerlingen, zgn. EMB-leerlingen, volgen daarom niet de reguliere route van ondersteuningstoewijzing, zoals deze is beschreven in het ondersteuningsplan. De aanvraag voor een TLV wordt behandeld door de school van aanmelding. De PO-raad heeft een richtlijn opgesteld, waardoor tegemoet kan worden gekomen aan de wens om plaatsing van kinderen met een ernstig meervoudige beperking in een voor hen passende school kan worden gerealiseerd met zo min mogelijk procedurele en administratieve belasting voor ouders en de betrokken scholen.


Beleid ten aanzien van EMB-leerlingen


Het samenwerkingsverband hanteert de onderstaande procedure:

Landelijke regeling bekostiging EMB-leerlingen
Er is een landelijke Regeling bijzondere bekostiging EMB van de staatssecretaris van OCW in het leven geroepen. Deze houdt in dat een (V)SO-school voor EMB-leerlingen met een TLV-categorie hoog bij DUO een bedrag van maximaal € 4.000,- kan aanvragen. (Dit bedrag is afhankelijk van het aantal aanvragen.) In die regeling wordt onder een EMB-leerling het volgende verstaan: een leerling met een combinatie van een (zeer) ernstige verstandelijke beperking (IQ tot 35), een lichamelijke beperking en bijkomende stoornissen, voor wie naast extra ondersteuning in het onderwijs ook extra (medische) zorg nodig is (hieronder categorie 1).

Richtlijn vereenvoudigde procedure
Als het gaat om de vereenvoudiging van de procedure toelaatbaarheid stelt de PO-raad voor de hieronder uitgewerkte richtlijn van toepassing te verklaren op kinderen met:
  1. een laag ontwikkelingsperspectief t.g.v. een ernstige verstandelijke beperking (IQ<35), vaak met moeilijk te 'lezen' gedrag en ernstige senso-motorische problematiek (zoals ontbreken van spraak, bijna niet kunnen zitten/staan of
  2. een matig tot lichte verstandelijke beperking (IQ tussen 35 en 70) en een grote zorgvraag ten gevolge van ernstige en complexe lichamelijke beperkingen, of
  3. een matig tot lichte verstandelijke beperking (IQ tussen 35 en 70) in combinatie met moeilijk te reguleren gedragsproblematiek als gevolg van ernstige psychiatrische stoornissen.

Ten aanzien van de onder 1, 2 en 3 genoemde leerlingen moet worden voorkomen dat de toelaatbaarheid tot het SO telkenmale uitvoerig wordt beoordeeld.