Print

Speech Tineke

Terugblik

Aan het einde van het schooljaar in 2008 nam ik als directeur afscheid van mijn school met de volgende woorden:
Ik ga een nieuwe uitdaging aan. Wat blijft, ook in mijn nieuwe werk, is mijn affiniteit met de relatie tussen onderwijs en zorg.
Ieder kind is anders, er zijn er geen twee gelijk. Leren en groot worden gaat niet bij iedereen van een leien dakje.
Soms is er meer ondersteuning nodig om dit zo goed mogelijk te laten verlopen.
Kinderen hebben een school nodig die:
  • dit goed in de gaten heeft en dit kan en wil bieden
  • die goed en snel kan signaleren,
  • die een heldere zorgstructuur heeft en
  • een vakbekwame intern begeleider
  • ouders serieus neemt
Ouders en scholen hebben op hun beurt een netwerk nodig waar ze terecht kunnen, waar extra expertise beschikbaar is om ondersteuning te bieden.
Zowel kinderen, ouders als scholen moeten geen last hebben van overbodige bureaucratie en wachtlijsten.
Dit is letterlijke tekst.

Ik kwam in deze regio werken als directeur van het samenwerkingsverband Weer Samen Naar School. Er was toen nog sprake van twee samenwerkingsverbanden in deze regio: Katwijk en de Duin- en Bollenstreek.
Samenwerkingsverbanden die beiden zeer dienstverlenend werkten.  Scholen vroegen hulp en ondersteuning aan en in die tijd ook beschikkingen van de PCL en indicaties bij de CvI. Er werd geïndiceerd.
Scholen waren in die tijd bezig met trajecten zoals Afstemming en het werken met groepsplannen.
Deze regio was een van de eerste regio's in Nederland die werkte met Zorg Advies Teams; de ZAT's. In die tijd was dat heel innovatief.

Als je daar door de bril van nu naar kijkt, dan kun je het je haast niet meer voorstellen:
In het ZAT zaten vertegenwoordigers van  diverse jeugdhulporganisaties en de IB-ers van de scholen van het desbetreffende dorp. IB-ers konden daar in grote bijeenkomsten over complexe dossiers advies vragen.  Men dacht toen duidelijk nog anders over privacy en ouders waren hier totaal niet bij betrokken.
De eerste voorzichtige, voorbereidende stappen richting passend onderwijs werden gezet. Daar zijn vele studiedagen en vergaderingen aan besteed. De bestuurlijke samenvoeging van beide samenwerkingsverbanden werd gerealiseerd en op 1 augustus 2014 was Passend Onderwijs een feit.

Er werd nagedacht over het werken met zorgteams in de scholen, handelingsgericht werken, en basisondersteuning.
Toen in januari 2015 de transitie op de jeugdzorg van start ging, kregen we te maken met de Jeugd- en Gezinsteams in plaats van met diverse aparte organisaties zoals Bureau Jeugdzorg.
Er is veel energie gestoken in een effectieve samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp. Beide transities; zowel die van passend onderwijs als de transitie jeugdzorg hebben veel ontwikkelingsenergie gevraagd en we zijn nog steeds in ontwikkeling. Er liggen ook nog voldoende uitdagingen en kansen.
Bijvoorbeeld:
  • een goed dekkend netwerk voor het onderwijs aan hoogbegaafde kinderen
  • integraal arrangeren: het effectief ontwikkelen van onderwijs-zorgarrangementen met betrokkenen in de school
  • een stevige basisondersteuning in onze scholen
  • een goede regionale samenwerking tussen speciale voorzieningen zodat er een goed en flexibel dekkend netwerk beschikbaar is en er geen wachtlijsten zijn.
  • een regionale opzet voor het onderwijs aan nieuwkomers zonder dat kinderen tussen wal en schip raken
  • maar ook de veranderende rol van de interne begeleider vraagt aandacht
 
Tegelijkertijd is er ook wel wat veranderd sinds de start van passend onderwijs:
  • de rol van ouders is wezenlijk anders: zij worden vanaf het begin betrokken en zijn partner
  • scholen zijn van aanvragers van budgetten zelf beheerder van budget en ondersteuners geworden zodat ze op maat die zaken kunnen organiseren die nodig zijn. Ze kunnen hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Scholen zijn regievoerder geworden.
  • Het samenwerken met externen in de school is gemeengoed geworden.
  • En: D&B is echt één samenwerkingsverband geworden; van cultuurverschillen is geen sprake meer.
 
Passend Onderwijs heeft helaas geen positieve pers:
Dat heeft alles te maken met de term passend onderwijs en het beeld wat dit vervolgens bij mensen oproept: het wekt veel verwachtingen bij ouders en zorgt voor frustraties bij leerkrachten.
Dat is jammer maar heeft ook te maken met de manier waarop het een en ander in de publiciteit komt. Zaken worden uit hun verband gehaald.

Passend Onderwijs is geen zomaar ontstane bezuinigende beleidsmaatregel zoals soms wordt beweerd. De grondslag voor Passend Onderwijs is terug te vinden in het VN - verdrag Handicap. Een verdrag dat in 2016 in Nederland in werking trad. Het gaat om iets heel fundamenteels: het gaat om het recht van mensen met beperkingen om op een zo normaal mogelijke wijze deel te kunnen deelnemen aan de samenleving en dat de samenleving de plicht heeft om dit mogelijk te maken.
En dan gaat het niet alleen over rolstoelgebruikers en de plicht van de overheid om gebouwen rolstoeltoegankelijk te maken, maar het geldt ook voor kinderen die bijvoorbeeld  een ontwikkelingsstoornis hebben en niet zonder ondersteuning mee kunnen in het onderwijs.

Het bieden van passend onderwijs en zeker in de samenwerking met jeugdzorg is de uitwerking van iets heel essentieels, de gedachte dat er plaats moet zijn in onze samenleving voor diversiteit en verschillen.
Iedereen hoort erbij, en daar doen we ons best voor. Ik noem dat mindset. Dat betekent overigens niet, dat er geen speciale voorzieningen meer zouden mogen zijn.

Voor mijzelf heeft dit betekent, dat ik mijn rol altijd heb gezien als verbinder tussen beleidsontwikkeling en de dagelijkse praktijk in de scholen. Het ontwikkelen van structuren waarbinnen de scholen in de gelegenheid worden gesteld beter hun werk kunnen doen.
Daarom ben ik ook blij, dat het bestuur mij heeft gevraagd om het regionale beleid voor onderwijs aan nieuwkomers verder vorm te geven na mijn pensionering.

Ook deze doelgroep moeten we goede onderwijskansen bieden zodat ze zich kunnen ontwikkelen tot volwaardige deelnemers aan onze samenleving. Op dit moment valt een deel van deze kinderen toch een beetje tussen de wal en het schip.
Voor mij is dit een mooie uitdaging die ik niet alleen kan uitvoeren. Dat kenmerkt altijd het werk van iemand die voor een samenwerkingsverband werkt: alles wat wordt ontwikkeld, wordt in samenwerking met anderen uitgedacht en uitgevoerd.
Dat is ook te zien aan de samenstelling van de mensen hier:
Naast mijn oude schoolteam, waarvan ik het heel leuk vind dat ze er zijn, zijn hier intern begeleiders, directeuren, onderwijsondersteuners, kwaliteitsmedewerkers van besturen, opleiders, leerplicht, beleidsambtenaren van gemeenten, JGT, mensen van de taalklassen, vliegende brigade, bestuursleden, collega's van andere samenwerkingsverbanden, onderwijsspecialisten, route begeleiders, mensen van ondersteunende diensten, allemaal partners in het organiseren van goed passend onderwijs. Met elkaar moeten we het doen!

Ik wil iedereen heel hartelijk bedanken voor de fijne samenwerking en ik wens jullie allen veel succes en alle goeds!

Tineke Tjalma