september 2026

Dromen over een school waar niemand anders is

Pak je podium! Dat was de uitnodiging van directeur-bestuurder Marieke Jas aan de elf leerkrachten uit het regulier en gespecialiseerd onderwijs, die op 30 september hun input meegaven voor het nieuwe ondersteuningsplan. Die gaat mee naar de ontwerpbijeenkomsten op 29 oktober en 2 november.

“Ik zit hier voor de kinderen: wat kunnen wij als leerkrachten doen om ze zo goed mogelijk te ondersteunen?” Die motivatie om aan te schuiven bij deze leerkrachtbijeenkomst kreeg veel bijval.

Een ‘braindump’ leverde ook gedeelde gedachtes en gevoelens op over wat inclusief onderwijs oproept. Een greep uit de woorden die werden ingetoetst bij de Mentimeter: ‘dichtbij huis’, ‘expertise’, ‘waar zijn ze gelukkig’, ‘ruimte’, ‘kijken achter gedrag’ en ook: ‘werkdruk’, ‘geld’, ingewikkeld’.

Wat is de inclusieve droomschool?

Hoe ziet een inclusieve school eruit? Wat is het ideaalbeeld als je mogelijke belemmeringen wegdenkt? De opdracht: droom je inclusieve school!

In twee groepen gingen de leerkrachten aan de slag met stiften en papier. In no time werden schoolgebouwen geschetst en kwam er allerlei inspiratie in woorden op papier.

Zo werd er bijvoorbeeld gedroomd over inclusieve gebouwen met een afwisselend onderwijsaanbod en veel verschillende ruimtes om samen te spelen, te leren, te ontprikkelen en nog veel meer. Naast de mooie tekeningen leverde de creatieve opdracht minstens zulke mooie gesprekken en uitwisseling op.

Mooie uitwisseling en veel vragen op tafel

“Zou elke school inclusief moeten zijn, of geldt dat voor een kern?” “In het ideale plaatje is het ‘gewoon’ dat je samen in één school bent, maar is het ook gewoon dat je even niet in dezelfde klas les krijgt en dat dit voor álle kinderen geldt.”

“In het gespecialiseerd onderwijs zie ik meer ruimte voor praktijkvakken zoals koken en techniek, dat wil het regulier ook wel!” “Als je het voor iedereen toegankelijk maakt, is het voor iedereen minder anders.” “Willen we niet een school waar niemand anders is?”

Het out-of-the-box-denken leverde ook vragen op. Want wie zitten er dan precies in die inclusieve school? Zijn dat echt alle kinderen? En wie werken er dan? Hoe organiseren we dat? Hoe groot kunnen groepen zijn? Wat betekent dit voor bestaande scholen? Kan het wijkteam er ook niet bij? En wat vinden ouders hier eigenlijk allemaal van? Praten we eigenlijk niet over een integraal kindcentrum 4.0?

Overeenkomsten in de dromen

De twee groepen presenteerden de inclusieve school van hun dromen aan elkaar. Daarin zaten zeker overeenkomsten. Sociale inclusie is sowieso een wens, dus alle kinderen graag in één gebouw. In dat gebouw hoeven dan niet alle kinderen op hetzelfde moment hetzelfde onderwijsaanbod en dezelfde ondersteuning te krijgen. Kinderen moeten zich sowieso gezien en gehoord blijven voelen en daar moeten professionals dan ook voldoende tijd voor hebben.

Onderwijs en zorg kan nog veel meer samen – zeker als we de bijbehorende geldstromen bij elkaar leggen. De fysieke ruimte maakt écht uit en de ideale inclusieve school vraagt ook om voldoende en verschillende specialisten in de school. Eenzelfde visie van voorschool tot voortgezet onderwijs gaat ook helpen, denken de leerkrachten.

De presentaties riepen ook weer nieuwe inzichten op. Zou de ideale inclusieve school dichterbij komen als er meer diversiteit in het onderwijsprogramma komt en je het onderwijs anders organiseert? Daar kunnen oplossingsrichtingen in zitten, anders lopen we snel tegen onze grenzen aan.

Ronde 2: wat is nodig om verder te komen?

In ronde twee dachten de leerkrachten na over wat kan helpen op weg naar inclusief onderwijs. De gesprekken gingen veel over noodzakelijke voorwaarden zoals directies die hun teams meenemen, een passende mindset, tijd en geld en vooral ook expertise die er structureel moet zijn.

Ondersteuning moet laagdrempelig beschikbaar zijn en leerkrachten willen vooral graag steun, rust en ruimte voelen om het goede te doen voor hun leerlingen. Dat laatste zal echt ook een teaminspanning moeten zijn, je kunt als professional niet alles zélf in huis hebben, maar met alle collega’s samen weet en kun je veel. Opvallend was dat er ogenschijnlijk ook ‘simpele’ oplossingen ter sprake kwamen, waar je nú al meteen iets zou kunnen doen. Neem zoiets als onvoldoende timers of koptelefoons in de klas voor kinderen die daar baat bij hebben.

“Meer tijd of geld toveren best lastig”, reageerde Marieke Jas op de opbrengst van de tweede opdracht. “Maar door oplossingen als het onderwijs zelf anders vorm te geven, geld voor onderwijs en zorg combineren en regulier en gespecialiseerd onderwijs meer te laten samenwerken, kunnen we mogelijk wel meer tijd en geld organiseren”, droomde zij even mee. “Het belangrijkste van vandaag is toch wel jullie positieve grondhouding”, complimenteerde zij de leerkrachten tot slot. “Dat is de basis!”